Preventief beleid

Beleid grensoverschrijdend gedrag

Helaas worden sporters en ook een sportbegeleiders wel eens geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag, bijvoorbeeld in de vorm van seksuele intimidatie. Daaronder wordt dan verstaan elke vorm van (seksueel) gedrag of (seksuele) toenadering, in verbale, non verbale of fysieke zin die door de persoon die het ondergaat als gedwongen en/of ongewenst wordt ervaren. Het komt overal voor: op school, op het werk en dus mogelijkerwijs ook binnen de handboogsport.

Aanleiding

Als bestuur van een sportvereniging is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de kans op een geval van grensoverschrijdend zo klein mogelijk is. De NHB heeft ons recentelijk ook weer eens op het onderwerp geattendeerd. Hoewel het gelukkig geen actueel thema is, is binnen het bestuur besproken dat het wellicht toch goed is om dit onderwerp eens te bekijken aan de hand van de daarvoor opgestelde ‘toolkit beleid seksuele intimidatie’ van het NOC*NSF.

Analyse

Naast het op de agenda zetten van het onderwerp – niet alleen binnen het bestuur ook tijdens de afgelopen ALV – hoort ook een ‘quickscan’ bij deze toolkit, om inzicht te krijgen in hoeverre een risico bestaat dat het binnen een vereniging een keer ‘misgaat’. Denk hierbij vooral aan indicatoren als: sociaal klimaat, mate van prestatiegerichtheid, verhouding trainers-sporters en kenbaarheid van beleid. Als op een bepaald aantal vragen in de quickscan een positief antwoord wordt gegeven, bestaat een aannemelijk risico dat er een keer grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt. In dat geval wordt geadviseerd een werkgroep in te stellen die een risico-analyse uitvoert aan de hand van interviews en een uitgebreide vragenlijst. Bij zo’n risicoanalyse gaat het erom te kijken wie wanneer en waar in de gelegenheid is grensoverschrijdend gedrag te vertonen en wie wanneer en waar kwetsbaar is voor seksueel misbruik. Kortgezegd bestaat volgens de quickscan voor onze vereniging geen aannemelijk risico dat er een keer grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt. Op basis daarvan lijkt thans dus ook geen aanleiding te zijn voor het uitvoeren van een risico-analyse. Uit de quickscan kwamen wel twee aandachtspunten naar voren:
– de kenbaarheid van omgangsregels;
– een ‘plan van aanpak’ voor het geval iemand zich onprettig bejegend voelt.

Omgangsregels
Naar aanleiding van het eerste punt zijn hieronder een aantal omgangsregels gevoegd die als voorbeeld worden vermeld in de toolkit en die door S.C. Marathon worden onderschreven. Voor de begeleiders zijn bovendien een aantal specifieke gedragsregels opgesteld, die ook zijn bijgevoegd. Overigens wordt hieraan tijdens de opleidingscursussen die Frans bij de NHB heeft gevolgd ook expliciet aandacht besteed.

Aanspreekpunten
Het is belangrijk dat, als iemand te maken krijgt met gedrag dat hij of zij als grensoverschrijdend ervaart of juist daarvan wordt beschuldigd, weet waar hij of zij terecht kan voor hulp, ondersteuning of simpelweg een advies of luisterend oor.

Om zo nodig bijstand te kunnen verlenen heeft het NOC*NSF twee functies in het leven geroepen: de Vertrouwenscontactpersoon (VCP)  en Vertrouwenspersoon (VP).  Iedereen die lid is van een sportvereniging kan gratis en vrijblijvend een beroep op hen doen. Zij zijn overigens beschikbaar voor alle situaties waarin iemand te maken krijgt met ongewenst ervaren gedrag.

De vertrouwenscontactpersoon is het eerste aanspreekpunt voor iedereen die te maken heeft met seksuele intimidatie of ander ongewenst gedrag en hier met iemand over wil praten of hierover vragen heeft. De VCP is er voor sporters, ouders van sporters, toeschouwers, vrijwilligers, bestuursleden, etc. De taak van de VCP is vooral een procedureel adviserende rol. De VCP is op de hoogte van de mogelijkheden die er zijn om hulp te krijgen, maar gaat niet inhoudelijk aan de slag. Vanuit de NHB is voor Rayon 1, waaronder ook S.C. Marathon valt, Tineke van Caspel aangesteld als VCP. Zij is bereikbaar op het mailadres nhbrayon1vcp@gmail.com

De vertrouwenspersoon speelt juist een inhoudelijk adviserende rol. NOC*NSF beschikt over een poule van 18 vertrouwenspersonen verspreid over heel Nederland, die iedereen kan benaderen voor hulp of advies. De VP kan voor drie rollen ingeschakeld worden. Zij begeleiden en adviseren de melders/slachtoffers of beschuldigden van seksuele intimidatie in het gehele proces, en daarnaast kan een VP ook een adviesfunctie voor een bestuur hebben van een sportvereniging of sportbond. Het zou dus kunnen dat bij één zaak drie vertrouwenspersonen actief zijn. Voor de NHB is José Bruntink opgeleid tot VP. Zij is bereikbaar op het mailadres josebruntink@handboogsport.nl

Gezien het lage risico binnen de vereniging en goede bereikbaarheid van gekwalificeerde vertrouwens(contact)personen bij de bond, is door de ALV eind 2015 besloten dat voorlopig ervan wordt afgezien om ook binnen de vereniging een VCP aan te stellen.

Aanstellingsbeleid vrijwilligers

Los van de voormelde twee punten is ook het aanstellingsbeleid onder de loep genomen. In de toolkit wordt ten eerste een ‘kennismakingsgesprek’ en ‘check van referenties’ aanbevolen, om inzicht te krijgen in de motivatie van een vrijwilliger. In de praktijk nemen zijn vrijwilligers bij s.c. Marathon clubleden die al langere tijd aan de vereniging verbonden zijn, zodat een duidelijk beeld bestaat van de persoon die vrijwilliger wil worden. Het voorstel is om deze praktijk te behouden en niet te formaliseren. Doordat vrijwilligers clubleden zijn, wordt voldaan aan de aanbeveling dat begeleiders lid zijn van de NHB en daarmee onder het tuchtrecht van de bond vallen. Op de ALV in 2015 is besloten de aanbeveling over te nemen om voor vrijwilligers een VOG aan te vragen en dit om de 3 – 5 jaar te herhalen. Dit kan kosteloos, biedt meer zekerheid en straalt ook een stukje professionaliteit uit.

Omgangsregels voor leden

  1. Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij is. Iedereen telt mee binnen de sportvereniging.
  2. Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
  3. Ik val de ander niet lastig en berokken de ander geen schade.
  4. Ik maak geen ongepaste grappen of opmerkingen over anderen.
  5. Ik negeer de ander niet.
  6. Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie.
  7. Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan.
  8. Als iemand mij hindert of lastigvalt dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen. Als dat niet helpt, vraag ik een ander om hulp.
  9. Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die zich daar niet aan houdt erop aan en meldt dit zo nodig bij het bestuur.

Gedragsregels ‘begeleiders in de sport’

  1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig kan voelen.
  2. De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is in het kader van de sportbeoefening.
  3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of Seksuele Intimidatie tegenover de sporter.
  4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  5. De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
  6. De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten via welk communicatiemiddel dan ook.
  7. De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.
  8. De begeleider heeft de plicht – voor zover in zijn vermogen ligt – de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van Seksuele Intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  9. De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
  10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragsregels zal hij de daartoe noodzakelijke actie(s) ondernemen.
  11. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest.